donderdag 17 oktober 2013

Enorm succes tegen pesten: Samen bouwen verbroederd!

Samen bouwen betekent ook bouwen aan samenwerken, het versterken van sociale vaardigheden en vriendschap.

Ik weet nog dat het me jaren geleden een enorme kick gaf. Iedere dinsdagmiddag kreeg ik op school de gelegenheid om met een groepje jongens te spelen. Daarbij ging het vooral om het beleven van plezier en het lekker kunnen spelen met elkaar.Vaak vergeten we als ouders of professionals dat kinderen daarin nog wat te leren hebben. 
Alleen al het vragen om mee te mogen doen is niet voor ieder kind even gemakkelijk en vanzelfsprekend en daar ligt meteen een kans voor pesters om toe te slaan! 
Een nee als antwoord krijgen van de ander kan al tot teleurstelling leiden en er voor zorgen dat een kind niets meer durft te ondernemen. Daarom liet ik de kinderen, in de tijd dat ik nog juf was, altijd vragen aan de ander waarom ze niet mee mochten doen. Een van de antwoorden kon dan zijn: "Je moest het gewoon twee keer vragen!" Zo simpel kon het zijn. Probleem opgelost. Maar dat vraagt natuurlijk wel iets van de sociale vaardigheden van kinderen.

Kinderen zullen wel zelf moeten leren de juiste vragen te stellen en ze ook durven stellen.

Als ze mee mogen doen, zullen er afspraken gemaakt moeten worden over hoe en wat er gespeeld gaat worden en wie wat doet. Soms wordt de rol die een kind wil spelen niet door de anderen als prettig ervaren. Dat moet duidelijk worden om er iets aan te kunnen doen. Al met al best ingewikkeld. Mooi om te zien hoe de meeste kinderen dit snel leren, aanvoelen en bijna van nature doen. Samenspelen een doel maar ook een middel om met elkaar te leren. Op vrijdagmiddag in de bovenbouw ging dat door middel van knutselen met grote kosteloze materialen.En op de dinsdagmiddag werd er in de onderbouw geleerd via spel. En wel met de Kapla: platte houten plankjes van dezelfde grootte. Met prachtige bouwwerken als resultaat om samen trots op te zijn...... 

De kinderen voelden zich duidelijk verbonden met elkaar en trots op wat ze met elkaar hebben gemaakt! 

Het was het resultaat van samenwerken en samen uitproberen. De spanning en de uitdaging om het gezamenlijke bouwplan te laten slagen is nog bijna voelbaar. Vooral de laatste plankjes die de punt van de toren vormen, vragen veel concentratie en vertrouwen in de ander: wie gaat deze laatste erop zetten? Eén van hen heeft het aangedurfd. De anderen gaven hem het vertrouwen, zijn trots en vol bewondering. Uiteindelijk hebben ze het samen gered! 

Ik heb mogen ervaren dat deze gezamenlijke successen er voor hebben gezorgd dat deze kinderen steeds meer met elkaar in het bouwen de uitdaging aangingen.
Zo werd er op een middag gekozen voor een wel heel ingewikkeld bouwwerk.......

Tijdens het bouwen van de vrachtwagen werd gaandeweg duidelijk dat je dit echt niet alleen kon maken. Een toren kan nog in je eentje, maar dit moest echt met meer dan twee handen tegelijk. En wat voor mij de meest bijzondere ontdekking was, tijdens het begeleiden van dit groepje, kwam uit onverwachte hoek. 

Eén van de meest verlegen jongens, die vaak wel op een afstandje stond te kijken, kwam erbij en nam de taak op zich als coördinator van het geheel


Er moest namelijk tegelijkertijd op verschillende plekken een plankje neergelegd worden om er voor te zorgen dat het wiel zijn vorm kreeg. Deed je dit niet, dan viel het steeds uit elkaar. Deze jongen gaf aan wanneer de gezamenlijke actie zou plaatsvinden en de rest van de groep accepteerde en reageerde. Geweldig hoe deze jongen zijn kwaliteiten op dit gebied heeft durven laten zien.
Als kinderen samen iets tot stand willen brengen uit eigen motivatie en ze hebben elkaar daarbij nodig, zullen er binnen de groep rollen zichtbaar worden. De rol die een kind spontaan op zich neemt zegt iets over de capaciteiten van het kind. Ondertussen leren kinderen elkaars kwaliteiten goed kennen. Dat geeft wederzijds respect. Het zal het pesten verminderen, daar ben ik van overtuigd.

Ik weet nog dat ik zo betrokken was bij dit bouwspel en er op mijn knieën bij zat, dat ik niet heb gemerkt dat er over ons werd gesproken tijdens een rondleiding door de school met nieuwe ouders.
Dat was jammer, want ik had ze graag verteld over de bijzondere gebeurtenis van die middag.

Inmiddels heb ik nu als speltherapeut een groepsprogramma ontwikkeld voor kinderen van 4 tot 12 jaar om deze ontdekking van toen, om te zetten in het actief werken aan het verminderen van het pesten, het vergroten van zelfvertrouwen, begrip en waardering voor anderen en het uitdragen van de meerwaarde van het samenspelen, het samen bouwen en uitvoeren van zelfbedachte plannen. Neem gerust contact op!

donderdag 3 oktober 2013

300 kartonnen bekers? Een uitdaging om mee te spelen!

400 kartonnen bekers? Daar wil iedereen mee spelen!

Over een maand is het 21 jaar geleden dat ik ze in een doos kreeg aangeleverd. Meer dan 400 kartonnen bekers van een ijsfabriek in Ruurlo. Halve liter bekers, die de fabricagetest niet hadden doorstaan en dus niet geschikt waren voor het houden van ijs. Die bekers zouden zijn weggegooid als ik niet gevraagd had ze voor mij te bewaren en te verzamelen. 

Nu kwam dat idee niet van mezelf. Tijdens het wandelen in de buurt van Ruurlo deed ik een cafeetje aan voor een heerlijke kop soep en een moment van rust.

Daar werd mijn aandacht getrokken door een moeder die ter plekke met een aantal kinderen muren aan het bouwen was van bekers. Kartonnen halve liter bekers. Geweldig om te zien hoe die bekers steeds werden opgestapeld en omgegooid. Hoe overleg plaatsvond om de muur bouwtechnisch te verbeteren en hoe dit spel met de bekers eindeloos herhaald werd.

Al snel kon ik nog maar aan één ding denken: Die bekers wil ik ook!

En zo kwam mijn vraag voor het bewaren en verzamelen van een grote hoeveelheid bekers speciaal voor mij tot stand. 

In de eerste jaren was het bouwen met de bekers een middel om contact te maken in de buurt. Het werd een sociale happening. Veel Turkse buurtkinderen hebben buiten op de stoep kunnen genieten van het samen bouwen van torens. Zo hoog dat er een ladder bijgesleept werd om de laatste bekers een plek te geven. Ondertussen schoven Turkse moeder aan op het bankje in de buurt om te kijken wat er gaande was.Geweldig hoe spel met kinderen de ontmoeting met anderen opent.

Maar de bekers boden meer...

Jarenlang stonden de bekers voor mij vooral voor het bouwen van torens en muren.Totdat ik een studiedag deed bij de stichting waar ik voor werkte. Ik gaf een workshop met de vraag en uitdaging naar leerkrachten toe om eens te komen spelen met meer dan 300 bekers. ( door het vele spelen waren er inmiddels wel een paar gesneuveld) Daar werd enthousiast op gereageerd! 

Wat ik zag tijdens die workshop bevestigde enerzijds mijn vermoeden dat er gebouwd zou worden, maar anderzijds heeft het mijn ogen verder geopend. Er zaten niet alleen volwassen mensen op hun knieën, er lagen zelfs mensen op de grond. En dat allemaal omdat ze uitgedaagd werden en volgens een vastberaden plan een brug wilden bouwen met die bekers. 
Dit was voor mij het moment om mijn ideeën over het bouwen los te laten.


Deze betrokkenheid  van de leerkrachten deed me inzien dat dit materiaal blijkbaar bij iedereen de handen doet jeuken, maar dat dit voor de een een ander plan oproept, dan voor de ander.Namelijk dat wat voor hen uitdagend is. 

Dit materiaal heeft ze op eigen niveau aangesproken en de mogelijkheid geboden daar via eigen ideeën vorm aan te geven. De leerkrachten waren vrij in hun plan en keuze.

Met kinderen uit groep 3, ontdekte ik dat het heel spannend is om een muurtje om een ander te bouwen. Daar heb je elkaars vertrouwen voor nodig en doet een enorm apèl op de sociale vaardigheden, taal en communicatie.
Daarmee werden de bekers voor mij meer en meer een middel om duidelijk te maken hoe spel en spelmateriaal werkt. Hoeveel er door dat spelen te leren valt en hoeveel plezier je kunt hebben met stapels afgekeurde bekers.

In de speltherapie die ik geef, worden de bekers vaak gebruikt om eens lekker alles om te gooien. Naast de spanning van het moment van omgooien, is er de ontlading en de ontspanning. 
Het geeft kinderen het gevoel af te rekenen met iets onaangenaams. Het geeft lucht en ruimte iets te kunnen laten gaan. 
Na zo'n uur gespeeld te hebben zie ik en voel ik dat het kind helemaal ontspannen en "opgelucht" is.

Bij een ander kind kan het gaan het om grenzen verleggen, de strijd aangaan met zichzelf en net zo lang door te zetten tot er een hoge toren staat waar het trots op kan zijn. Een bijzonder leerproces.


Die bekers hebben mij en vele anderen veel mooie leermomenten en plezier gegeven!

donderdag 19 september 2013

Van tafelzeil tot feestelijk boekje?










Er is al een tas en een tafelkleed, dus wat te doen met de restjes stof?

Een paar weken geleden was het nog volop zomer. 
Donderdag 5 september, temperaturen rond de 30 graden! 
Ik weet het nog precies, want op die mooie zomerdag was ik jarig. Maar ik vierde mijn verjaardag op de zondag erna. En, zo werd voorspeld, er zat een koude zondag aan te komen. Het zou niet warmer worden dan 16 graden en bovendien was de kans op regen 100% aanwezig.

Dat zou betekenen dat we kans hadden op 
een hele middag binnen zitten, kijkend naar de stromende regen buiten.




En dat bracht me op het idee om er voor te zorgen dat de gasten die middag van hun stoel zouden komen. Want de locatie stond bekend als speels en daar hoort geen urenlang zitten bij. 
Bovendien wilde ik mijn te besteden budget een beetje in de gaten houden.



Maar hoe kon ik dit nou het beste gaan vormgeven?


Bij dat soort vragen, zoekend naar een oplossing loop ik maar weer eens door het huis, trek eens wat bakken open en laat me inspireren door de materialen die ik heb liggen. 

Omdat ik op 5-9 , 5x9 werd vond ik het een leuk idee om met 5 blaadjes, verdeeld in 9 vakjes een boekje te maken. Ik vond namelijk veel papier èn in verschillende kleuren. Dan werd op blaadje 1 een consumptiebonnen bladzijde, blaadje 2 een boter, kaas en eieren spel en zou ik de gasten 9 dingen willen laten zoeken buiten in de nabije groene omgeving. 

En misschien iets met 9 verschillen zoeken.....langzaam ontstond er een idee en concrete vormgeving.  Zo hield ik mijn uitgaven beperkt, werd er gespeeld en daagde ik mensen uit om van hun stoel te komen. Om het geheel tot een feestelijk boekje te maken heb ik de restjes tafelzeil gebruikt en hier er daar een vrolijk gekleurd stickertje van een oude kalender geplakt.

Iedereen kreeg een boekje, zette zijn of haar naam op de achterkant en begon vol nieuwsgierigheid te bladeren. Het voelde als een cadeautje.

Wat als een groot compliment aan mij werd gegeven was de creativiteit en de originaliteit en dat het zo bij mij hoorde. Mijn jongste zus had meteen weer inspiratie voor haar kampeerweekend met vrienden een week later. Met zo'n boekje vol kleine dingetjes lijkt het net of je een heleboel georganiseerd hebt! 
Makkelijk en groot succes. 

Het feestje was geslaagd, mede door de slechte weersvoorspelling. En dat kun je dan weer op twee manieren lezen: er was slecht weer voorspeld èn de voorspelling bleek niet juist: die middag scheen namelijk volop de zon!







donderdag 5 september 2013

Ik zie het al: een Clown-vis. Nee hoor, een Zeemeermin-vis! Over het verhaal achter de tekening van de vis.

Heeft jouw vis ook een naam?

Misschien een rare vraag, misschien ook helemaal niet. Vissen hebben nu eenmaal namen omdat er zoveel soorten vissen bestaan. Maar sinds kort zijn daar een paar nieuwe soorten en namen bijgekomen. Zoals de zeemeermin-vis, de stipperdestip-vis, de dombo-vis en de onderzeeboot-vis.

Ik was op een schoolbezoek in groep 3. En één van de eerste woorden die geleerd wordt aan kinderen in groep 3 is het woord vis. Dus dat is een mooie aanleiding om die vis met de groep te tekenen. De nieuwe soorten die ik heb gezien, waren getekend met ecoline en werden op het moment dat ik ze zag ingekleurd met de prachtigste kleuren. Ik genoot van de intensiteit waarmee de meeste kinderen hun vis aan het inkleuren waren. Voorovergebogen over de tafel en de tong uit de mond. Heerlijk die betrokkenheid!
Ondertussen werd bij elkaar gekeken naar de vorderingen en werd er ook gepraat over de soort vis. Ineens ving ik iets op over een dombo-vis. 

Een dombo-vis? Daar wilde ik wel meer over weten!

En dus liep ik naar het tafeltje waar de dombo-vis zijn kleur kreeg. Welke naam heeft je vis? "Dombo-vis! Dat snap je toch wel," zei het jongetje.
Ik snapte het niet. Wat is een dombo-vis precies?
Hij legde uit dat een dombo-vis een dikke vis is waar niemand mee wil spelen.
Nu snapte ik het. "Oké, duidelijk."
Daarop zei een ander jongentje in de groep dat hij een onderzeeboot-vis had getekend. Deze vis was sterk en kon veel. Hij kon zelfs schieten als dat nodig was!

Nog nieuwsgieriger door deze openheid maakte ik een rondje langs de andere tafels, benieuwd welke soorten er nog meer te ontdekken waren. 

Aan een andere tafel waren twee meisjes druk bezig hun vissen op elkaar te laten lijken. Het werden beide zeemeermin-vissen. 

Clown-vis of zeemeermin-vis?
Daar waar het bij de jongens ging over wat de vis kon en wat hij deed, ging het bij de meisjes om het uiterlijk van de vis: heldere kleuren en netjes ingekleurd. 


Mijn rondje ging vervolgens langs gewone vissen, zonder naam. Aan het laatste tafeltje zaten jongens die hun vissen stippen hadden gegeven in plaats van strepen en hokjes, zoals dat bij de rest het geval was. En natuurlijk hadden deze vissen ook een naam: stipperdestip-vissen! 


Die namen verzin je als volwassene niet, dacht ik toen ik dat allemaal hoorde. Het mooie vond ik, dat de namen, voor zover ik dat natuurlijk in korte tijd kon inschatten, pasten bij de kinderen die ze hadden bedacht. En ze waren er op hun eigen manier druk mee bezig. Ik was ook verrast over de openheid van deze kinderen. Ik was nog geen 10 minuten in de klas of er werd al van alles met me gedeeld! En wat kun je hier als volwassene veel van leren!  Deze kinderen laten in hun tekeningen en de manier waarop ze ermee bezig zijn, zien hoe ze in het leven staan. Er zit een verhaal achter hun tekening. 

Naast dat je als leerkracht kunt zien hoe kinderen aan het werk zijn en welke werkhouding ze hebben, is er dus ook iets te zien over hun belevingswereld. Die zeemeermin-vis, zoals die hier staat afgebeeld, kan in onze ogen ook doorgaan voor een clown-vis. Maar zou je dat zeggen, dan is dat toch teleurstellend voor de maker van de vis. Daarom is het altijd goed je te realiseren welke vraag je stelt. Bijvoorbeeld: Heeft jouw vis ook een naam? 

En laat dan die verhalen maar komen!










donderdag 22 augustus 2013

Drollenkoekjes maken: voor alle leeftijden leuk, lekker en leerzaam...

Vies hè? Over kliederen met deeg, praten over poep en serieuze recepten.

Tja, het gaat weer over vies. Dit keer is het de titel van een enorm leuk boekje. Hoe lang ik het boekje van Betty Sluyzer en Alex de Wolf heb en hoe ik er precies aan kom weet ik niet meer, maar het zal nu toch al bijna 10 jaar in onze boekenkast staan. 
Wat me zo aantrok in het boekje, was de combinatie van een geweldig verhaal over drollenkoekjes en de recepten om deze en andere lekkernijen te maken. Wat te denken van muizenkeuteltjescake of olifantendrollen! 
Een combinatie ook van lekker en vies. En dat is precies wat peuters en kleuters zo heerlijk vinden aan het verhaal èn aan het kliederen met deeg. 




In mijn loopbaan als leerkracht en startende met een nieuwe groep voor 4 jarigen, heb ik ervaren dat kinderen echt smullen van het praten over poep en er net zo om moeten lachen als Nina en opa in het verhaal. 
Het maken van de drollenkoekjes deed ik ook met ze. Want ja, het kneden van deeg heeft veel weg van het kneden van klei of het spelen met modder. Al is de eerste aanraking met bloem, water en boter in eerste instantie nog spannender door de kleverige plakkende boter. Deze vorm van sensopathisch spel paste dus ook nog eens goed bij hun belevingswereld en uitingen van het lekker en toch ook vies vinden van deeg gingen regelmatig over de tafel. 

Het resultaat van deze heerlijke beleving samen, was een enorme berg aan drollenkoekjes in allerlei soorten en maten. Heerlijk!

Ik moet toegeven dat de resultaten niet altijd heerlijk waren....

Zo heb ik, toen mijn zoon in groep 3 zat, eens een eenvoudig briefje geschreven en in de brievenbus van zijn speelhuisje gedaan. Post! Samen met zijn vriendje kon hij, als startend lezer, ontcijferen dat het om een briefje ging over het maken van koekjes. En geloof me: dan willen alle kinderen graag moeite doen om te lezen!
Nu zijn we thuis geen echte snoepkonten, in de zin van liefhebbers van snoep, maar wel van chocola, drop en....koekjes!
Met een boodschappenbriefje en wat geld op zak werd de inkopen gedaan en als snel werd er driftig gekliederd, gekneed en.... verschenen de eerste drollenkoekjes op de bakplaat. 

Tijdens het bakken werd gesmuld van het verhaal over de drollenkoekjes van Nina. 

En wat in eerste instantie rook als heerlijke baklucht, verdween en veranderde in een vieze bijna verstikkende geur dat uit de oven kwam. Niks heerlijke koekjes: In een moment van onoplettendheid hadden de koekjesbakkers niet de knop van de oven-, maar de knop van de magnetronstand ingedrukt.  Het resultaat: vieze rook en roetzwarte koekjes!
En dat was echt even slikken. Zeker als je de hele middag verwoed bezig bent met het bereiden van deze heerlijke traktatie.
Daarom stonden er een dag later alsnog heerlijke koekjes op tafel. Dit keer geen drollenkoekjes, maar slakkenkoekjes. Ook een geweldig vieze glibberige combinatie, waar heerlijk van gesmuld werd! 


Vies hè?   van Betty Sluyzer en Alex de Wolf

hoort bij de serie Avontuur voor peuter en kleuter,
Uitgeverij Zwijsen ISBN: 90.276.8202.x



Een andere aanbeveling die ik in het kader van poepverhalen wil doen, maar dit bij velen wellicht al bekend is, is het boek: 


Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft  van Werner Holzwarth en Wolf Erlbruch

Uitgeverij C. De Vries-Brouwers  Antwerpen/ Rotterdam.  ISBN: 90-6174-582-9









donderdag 15 augustus 2013

Het belang van vrij knutselen:Geïnspireerde ouders en zeer betrokken kinderen door het werken met natuurlijke materialen.

Met een tasje op pad, spullen zoeken en er iets van maken: leuk voor een feestje!


In eerste instantie was het gisteren net voor de start van de binnenste buiten activiteiten de tent die de eerste aandacht trok. Ik had de hangtent meegenomen. Niet met een speciale reden, maar gewoon omdat er ook kinderen rondlopen die misschien wel even lekker in een tent willen zitten. Direct na aankomst had ik de tent opgehangen in de boom vlak bij de tafel waar ik met mijn spullen aan zat. Ik zag mensen kijken en hoorde een paar medewerkers er tegen elkaar iets over zeggen. En ineens stonden er twee enthousiaste moeders voor me om de tent van dichtbij te kunnen bekijken. Er ontstond een leuke discussie over zelf doen of laten maken van zo'n tent en daarbij deed ik uitleg over het hoe en waarom van de gebruikte materialen. Geïnspireerd door het zien van de tent en de manier waarop deze in elkaar zat riep de ene moeder tegen de ander dat ze haar wel zou helpen met het maken van een soortgelijke tent. En als alternatief is er natuurlijk de tafeltent, die je zo simpel mogelijk kunt houden als je zelf maar wilt.
(zie voor meer informatie het verhaal over buitenspelen of binnen hangen over de hangtent en het verhaal over de tas en de tent).

Heerlijk dat enthousiasme van die moeders bij het zien van mogelijkheden, geïnspireerd door de tent. En dat enthousiasme en de inspiratie bleven de hele middag voortduren.

Het concept om kinderen met een schoudertasje, gemaakt van canvas en een oude binnenband van de fiets, erop uit te sturen riep veel enthousiasme op. Een paar kinderen vonden het prettig er een zoekkaart bij mee te nemen, zodat onderweg nog eens gekeken kon worden op de kaart waar naar gezocht kon worden. Anderen deden het zonder kaart. Een van de meisjes had wat hulp nodig bij het zoeken. En dan is het leuk te zien dat je voor veertjes, takjes en bladeren helemaal niet zo ver hoeft te lopen. Overigens werd het tasje ook nog even kritisch bekeken, maar dat terzijde.

Na terugkomst bij de tafel bleken de meeste tasjes behoorlijk vol te zitten. Stenen, veren, stukken hout, besjes, bladeren en een verdwaalde stoffen bloem, allemaal gevonden en verzameld. 

Samen met de ouders zijn deze kinderen aan de slag gegaan met hun spullen. En dat kost best even wat denkwerk en oplossend vermogen. Want hoe maak je een olifant of een giraf van je spullen? En hoe maak je het hout vast? Dit leidde tot mooie overlegsituaties en samenwerking tussen ouder en kind. Geweldig! 



En ondanks dat de meeste kinderen nog jong waren en normaal gesproken een spanningsboog hebben van hooguit 20 tot 30 minuten, werd hier bijna anderhalf uur met elkaar gewerkt. Ik heb samen met ouders gesmuld van de betrokkenheid waarmee kinderen aan het werk waren: heel geconcentreerd en serieus werkend aan hun eigen idee.  En als je als volwassene vindt dat die olifant-figuur toch ook wel op een dinosaurus lijkt, dan heb je het mis! Nee, een dinosaurus ziet er echt heel anders uit!
Omdat sommige kinderen echt alle verzamelde materialen gebruikten en bewerkten tot iets moois, werd het idee geboren om dit ook met een kinderfeestje te gaan doen. Succes verzekerd!

En zo was ik getuige van de aanwezigheid van veel enthousiasme en plezier van ouder en kind met elkaar. En dat leidde tot mooie resultaten. Er zijn deze middag een olifant, een giraf, een zeehond, een kat en een kleine pieuw gesignaleerd. Wat een kleine pieuw is? 
Dat wist ik ook niet, maar bij navraag kreeg ik te horen dat het een klein pistooltje is want die doet: pieuw pieuw!


De olifant
De zwarte kat
Zonder naam


De Pieuw
De zeehond


De Giraf




Ik heb me laten inspireren deze week en ga het daarom volgende week weer hebben over lekker vies doen! 

donderdag 1 augustus 2013

Het belang van vrij knutselen: Een hoofd vol ideeën en handen vol verf


Bijzondere creaties gesignaleerd op de Ulebelt

Het is woensdag 31 juli. Vandaag gaat voor het eerst mijn activiteit op, educatief centrum en kinderboerderij, de Ulebelt in Deventer echt van start. Ik heb die middag een krat bij me met wat verf, wol en katoen, scharen en kwasten en een emmertje met rivierklei. Verder is de grote cupecake-tas ( zie mijn eerste verhaal op 21-03) gevuld met kleine tasjes, zoekkaarten en een vel met daarop het verhaal over de Ulebelter. Wie of wat dat is, weet niemand, maar ik heb van mijn neefjes geleerd dat het zoeken naar een verzonnen figuur de spanning voor de activiteit verhoogd. In plaats van het Parkbeest, tijdens de dag van het park, gaat het daarom nu over de Ulebelter.

Vanmiddag mogen de kinderen dus rondstruinen over het terrein van de Ulebelt op zoek naar bruikbaar materiaal om iets van te maken. Voor het zoeken en verzamelen van materialen gebruiken ze een tasje en een zoekkaart. 

Ik heb mijn spullen nog nauwelijks uitgepakt of daar komt een enthousiast clubje kinderen en mogelijk nog enthousiastere ouders aangelopen. 

Na een korte uitleg over de activiteit zie ik de kinderen met de tasjes erop uit trekken op zoek naar de spullen die aangegeven staan op de zoekkaart. Ze kennen de weg en hebben er zin in. Zoveel zin, dat het geduld voor het voorlezen van het verhaaltje over de Ulebelter bijna niet op te brengen is. 
Nu de kinderen aan het zoeken zijn, kan ik ze mooi observeren. Het valt op dat ze met elkaar heel serieus aan het verzamelen zijn. Het kan zo te zien nog wel even duren voor ze terugkomen bij de knutseltafel om daadwerkelijk aan de slag te gaan.  En ik weet dat ik niet de enige ben die daar van geniet. De enthousiaste ouders van deze kinderen hebben zichzelf een heerlijk plekje weten te verschaffen en genieten ook. Niet alleen van hun kinderen die heerlijk bezig zijn, maar ook van de rust die dat geeft èn van een bakje koffie en thee binnen handbereik.

Tijdens het vervolg van de activiteit hoor ik dat in de hoofden van de kinderen allerlei ideeën zijn ontstaan over wat te gaan maken van de spullen.
Hun zoektocht heeft veel opgeleverd: Er zijn veren gevonden, schors, takken, steentjes maar ook appels en pruimen en een stoepkrijtje. 

De verf en de klei die ik mee heb genomen zijn van groot belang om van al die spullen wat moois te maken. 
Trots op het resultaat!
Er wordt ook verf gemengd, want er is oranje nodig voor vuur. Samen is er overleg over het maken van oranje. Rood en geel maakt oranje! 
Leuk om steeds weer te zien hoe kinderen zich kunnen verwonderen over het ontstaan van nieuwe kleuren. En terwijl de oudere kinderen doorgaan met het tot stand brengen van hun creaties, gaat een jongentje door met het onderzoeken en voelen van de verf. Hij vraagt zich hardop af welke kleur te krijgt als je donkergrijs met groen mengt. Ik zie een grauwe kleur in gedachten opkomen en wil liever niet dat hij dit mengen in de praktijk brengt, omdat ik graag het frisse groen wil behouden in mijn bakje. Als ik hem dat duidelijk maak lijkt het voor hem goed. 

Even later zien ik zijn handen onder de verf: de ene met donkergrijs en de ander met groen. Hij staat op het punt de klodders verf op zijn handen te mengen met elkaar en ziet dat ik kijk: "Kijk, deze kleur krijg je!"  

Ik vergeet een foto te maken van deze heerlijke verfhanden. Ik ben bezig een paar bijzondere creaties te fotograferen om een indruk te geven van de middag. 




















Uiteindelijk gaat het om veel meer dan alleen het resultaat. Het hele proces daaraan voorafgaand is zeker zo belangrijk en maakt het leuk voor de kinderen maar ook interessant voor mezelf. Voor de groep kinderen waarbij het kliederen en ontdekken van het materiaal nog zo van belang is, zoals ik dat eerder in mijn verhalen over kliederen met modder heb geschreven, wil ik ook ruimte bieden. Daarom ben ik blij dat ik met deze activiteiten op de Ulebelt zit. Daar is namelijk genoeg ruimte om te kliederen en vooral met modder! 

Met mijn volgende activiteiten, op 11,14 en 18 augustus, zal ik extra letten op de mogelijkheid om materialen te combineren met het zand en water dat er aanwezig is op de Ulebelt. Wat te denken van bijvoorbeeld het maken van een vlotje van takjes? Kunnen we deze echt laten varen? 

Ik ben benieuwd! Doe je mee?