donderdag 12 december 2013

De uitdaging van de wipkip: Wat doe jij ermee?



Wipkip-hond of eigen hut?
Afgelopen zondag liep ik in het dorp waar ik vandaan kom over een verlaten terrein. Ooit stond daar een mooi huis voor nonnen. Daaromheen een mooi aangelegde tuin met paden en struikgewas. Nu was van dat mooi aangelegd geen sprake meer. De grond was nog niet zo lang geleden tijdens de sloop flink omgegooid kon je zien. Maar de natuur had nu zijn plek veroverd en en er groeide overal hoog gras. 
Net toen ik vertelde dat ik op deze plek in de struiken vaak hutten bouwde met mijn vriendinnen, viel mijn oog op de materialen die bij een boompje verderop stonden. Ook in deze tijd zijn er dus kinderen in het dorp die hetzelfde doen als ik jaren geleden deed.
Geweldig om te zien dat ze deze plek hebben gevonden en de ruimte voelen om lekker hutten te bouwen. 
In Deventer, waar ik nu al meer dan 20 jaar woon, zie je dat nu gelukkig steeds vaker: kinderen die ruimte ervaren in de natuur om er hun plek van te maken. Zo ook de hut aan het spoor langs de Worp. En kijk eens naar deze hut en naar die plastic zak. Geordend en netjes. Deze kinderen hebben over een paar dingen  zichtbaar nagedacht en eigen oplossingen bedacht.

b2ap3_thumbnail_boomhutworpklein.jpg   
De manier waarop je speelt en de manier waarop je met het materiaal omgaat zegt iets over jou als kind.
Vandaar de vraag over de wipkip. Wat doe jij ermee?
Die wipkip-hond heb ik alleen samen met mijn kinderen mogen bewonderen. Zij hebben er veel plezier aan beleefd toen ze klein waren. Mijn eigen ervaring met 2-persoonswipkippen zoals deze, komt ook uit de tijd dat ik nog in het dorp woonde en waar we toevallig ook langskwamen tijdens de wandeling afgelopen zondag.
Samen met mijn jongste zus gebruikten we de wipkip om elkaar, beide staand op een uiteinde, omhoog te wippen. Als ik een duw naar beneden gaf met mijn volle gewicht op het plankje, schoot mijn zus van haar plankje de lucht in. Bij het neerkomen gaf zij een extra duw en vloog ik vervolgens de lucht in. Dit spel kon eindeloos herhaald worden. Ik denk dat het plezier vooral zat in de uitdaging en de spanning. Hoe hoog kon je zweven, hoe kwam je weer stevig neer en duwde je de ander omhoog. Dat we dit konden moet op basis van vertrouwen zijn geweest. Wetende dat de ander ervoor zorgt dat je niet te hoog gaat en over grenzen gaat. Het ging altijd goed omdat we rekening hielden met elkaar en we de regels van ons eigen spel kenden. 
En zo werd een saaie wipkip voor ons een speelobject met uitdagingen. Met het ontdekken van mogelijkheden en het zoeken naar grenzen, het ervaren van zelfvertrouwen en vertrouwen in de ander. Maar bovenal een object waar wij ons eigen spel op speelden zodat we er plezier aan konden beleven.
En zo zegt het gebruik van de wipkip dus ook iets over je ideeën, je vaardigheden, het vertrouwen in zelf en dat van anderen.
Als kind was ik me daar niet van bewust. Kinderen spelen niet om zich bewust te ontwikkelen. Ze spelen omdat ze plezier belevenToch zou het goed zijn kinderen meer bewust te maken van wat ze spelen. Hoe goed ze rekening houden met elkaar of ze bewust te maken van de creatieve oplossingen die ze hebben bedacht tijdens het spel.
Kinderen bewust maken van wat ze in spel vanuit zichzelf goed doen, kan hun zelfbeeld en zelfvertrouwen enorm versterken. 
Dus: geef ze de ruimte om te spelen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten